© 2018 | An Christiaens

  • YouTube Social Icon
  • Wix Twitter page
  • Wix Facebook page
  • Instagram Social Icon

Eeuwenoude Tongerse fresco is nieuw pronkstuk Gallo-Romeins museum

February 21, 2019

 

 

Waar nu het Gallo-Romeins Museum staat, woonden 1800 jaar geleden de rijkste ‘Tongenaren’. Dat blijkt uit de resultaten van opgravingen die in 2006 gebeurden naar aanleiding van de verbouwing van het Gallo-Romeins Museum. Tijdens de opgravingen kwamen fragmenten van luxueuze muurschilderingen aan het licht. Tijdens de opgravingen kwamen meer dan 100.000 objecten naar boven, met als pronkstuk een levensgrote muurschildering van de Romeinse god Bacchus.

 

Dat belangrijk paneel liet het museum restaureren. Het toont Bacchus, de Romeinse god van de wijn, gezeten op een luipaard. De voor ons regio erg zeldzame schildering is vanaf nu te zien in de permanente tentoonstelling. 

 

Voor het Gallo-Romeins Museum blijft de permanente tentoonstelling de hoofdzaak. “De tijdelijke tentoonstellingen spreken meer tot de verbeelding van het grote publiek,” zegt schepen An Christiaens. “Maar de permanente tentoonstelling moeten we blijven updaten en uitbreiden. Daar dient het archeologisch onderzoek ook voor.”” 

 

Aanleiding, uitvoerder en opdrachtgever van het onderzoek

 

Het vernieuwde Gallo-Romeins Museum opende in 2009 zijn deuren. Voorafgaand aan de bouw van de nieuwe vleugel vonden in 2006 op het bouwterrein opgravingen plaats. Die gebeurden door het archeologische onderzoeksbureau ARON, in samenwerking met het toenmalige ‘Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed’ (VIOE). De provincie Limburg, die tot eind 2017 het museum beheerde, was de opdrachtgever.


Aan de verwerking en analyse van het opgravingsmateriaal werkten een vijftiental binnenlandse en buitenlandse specialisten mee, actief in diverse disciplines. Er werden meer dan 100.000 objecten gecatalogiseerd, waaronder keramiek, bouwmaterialen, metaal, glas, beenderen, muurschilderingen en exotische gesteenten.
 

Petra Driesen (ARON) had de leiding over de opgravingen. Zij maakte samen met deze specialisten een synthese van de resultaten en ze is de eindredacteur van de door het Gallo-Romeins Museum uitgegeven publicatie. Het museum wordt sinds 2018 beheerd door de stad Tongeren. 

 

Onderzoeksresultaten

 

De studie geeft inzicht in de geschiedenis van een centraal gebied in Romeins Tongeren, vanaf omstreeks 50 n.Chr. Het onderzoeksgebied lag immers in het midden van een toenmalig woonblok of insula.

 

- Vanaf het midden van de 1ste eeuw n.Chr., stonden er op het terrein rechthoekige houten woningen uit vakwerk. Ondanks de bewoning lijkt het terrein in deze periode vooral dienst te hebben gedaan als stort. Het afval dat in de talrijke kuilen werd aangetroffen getuigt van de rijkdom die de bewoners in dit deel van de stad moeten gekend hebben.

 

- Na 69 n.Chr. werd op het terrein een nieuwe houtbouw opgetrokken. Het grondplan was gebaseerd op de mediterrane stadswoningen van het type domus. De vertrekken lagen rond een centrale binnenkoer, zoals dat ook in de woningen in het Middellands Zeegebied de gewoonte was.

 

- In het tweede en derde kwart van de 2de eeuw n.Chr. werd het terrein opnieuw als stort gebruikt. Een gedeelte van de bewoners van de insula behoorde tot de elite. Daarop wijzen de vele luxueuze vondsten die in de afvalkuilen werden aangetroffen. Afval van allerlei ambachtelijke activiteiten toont aan dat er in de nabije omgeving ook ambachtslui actief waren.

 

- Tegen het einde van de 2de eeuw stond op het terrein een omvangrijke en luxueuze stenen domus. Het gebouw was 3800 m² groot en lag wat hoger, op een aangelegd terras. Het had een rechthoekig grondplan en was voorzien van een monumentale façade met hoekrisalieten (vooruitspringende delen) met daartussen een portiek.
Er waren ontvangstruimtes, een dienstvertrek (keuken?) en een koer. Er waren verschillende private vertrekken van de eigenaar en zijn familie. Verschillende ervan hadden vloerverwarming en betonnen vloeren. Sommige waren versierd met imposante muurschilderingen. De bewoners waren zo rijk, dat ze zich  een uitgebreid palet aan marmers uit heel het imperium, onder andere uit Turkije, Griekenland, Tunesië, Italië, Frankrijk en Duitsland konden veroorloven . Hiermee decoreerden ze de wanden van hun woning.

De eigenaar van de woning moet behoord hebben tot de rijkste inwoners van Romeins Tongeren en de hele civitas Tungrorum. Van dit omvangrijke bestuursdistrict was Tongeren de hoofdstad. Het district omvatte een groot stuk van Vlaanderen, heel Wallonië en aangrenzende delen van Frankrijk en Nederland.

Toevallig kennen we een opschrift van T. Aurelius Flavinus uit 218 na Chr. dat in Moesia aan de Donau (Bulgarije) gevonden is. Hij was tijdens zijn carrière op verschillende plaatsen actief. Hij stond als centurio aan het hoofd van een legereenheid, maar hij was ook een decurio, een raadslid van de ordo decurionum (de stedelijke senaat) in de civitas. Hij was daarbij ook patroon van een beroepsvereniging of schola. De verleiding is groot om aan te nemen dat Flavinus de eigenaar was van de domus. Concrete bewijzen hiervoor ontbreken echter.

 

- Omstreeks 275/276 n.Chr. werd de domus verwoest door een brand. Die getuigt waarschijnlijk van één van de meest verwoestende invallen van de Germanen. Daarna werd de site verlaten.

 

- Tussen de ruïnes van het gebouw werden drie personen begraven: een oudere man en twee jongere mannen. De gewelddadige manier waarop deze laatste twee personen om het leven zijn gekomen getuigt van de zeer woelige en onrustige periode die Tongeren in de 4de eeuw doormaakte.

 

Vondsten

 

In één van de afvalkuilen uit de 2de eeuw n.Chr. werd een opmerkelijk stenen altaartje in ‘Franse’ kalksteen gevonden. Het is tijdelijk te zien in de inkomhal van het museum, waarna het opnieuw geïntegreerd wordt in de permanente tentoonstelling. 

 

De wanden van de kleine binnenkoer van de imposante domus van het eind van de 2de eeuw n.Chr. waren versierd met een sobere marmerimitatie en lijndecoratie die in een latere fase vervangen werd door onder meer een levensgrote afbeelding van Dionysus/Bacchus, gezeten op een panter. Het is deze muurschildering die vanaf nu te zien is in het museum. In onze regio worden zelden restanten van dergelijke scènes teruggevonden. Het paneel werd gerestaureerd door specialisten in Romeinse muurschilderingen in Soissons (Frankrijk).

De muurschildering wijst misschien op het gebruik van deze koer als een schola, een plaats waar groepen mensen samenkwamen. Een ander idee is dat op de koer het huisheiligdom stond.

 

De oudere man die in de ruïne van het gebouw werd begraven, stierf een natuurlijke dood in de 3de eeuw of het begin van de 4de eeuw. Hij werd begraven met een prachtige geëmailleerde bronzen mantelspeld die afkomstig was uit de provincies Pannonia of Moesia, het gebied ten westen van de Zwarte Zee. Het object is al enkele jaren in het museum te zien.

Please reload