Beleidsbrief Wonen: aankondigingspolitiek omzetten in concrete acties


In de Commissie Wonen van het Vlaams Parlement is de beleidsbrief voorgesteld. De volledige beleidsbrief vind je hier terug. Ik vind het tijd om de aankondigingspolitiek om te zetten in concrete acties en zette bij de bespreking een aantal thema's in de verf waar ik extra belang aan hecht.

Leegstand en leegstandbeheer

De minister kondigt aan lokale besturen te blijven versterken in het bestrijden van leegstand en verwaarlozing. Wonen Vlaanderen zal de gemeenten ondersteunen, zowel in het tegengaan van leegstand als in het aanpakken van verwaarlozing. In het najaar van 2017 wordt door de minister een handleiding rond leegstandsbestrijding voor gemeenten voorstellen. Die is een gezamenlijk initiatief van Wonen-Vlaanderen en de VVSG.

De tijdelijke leegstand van een woning komt vaak voor op de woningmarkt. De periode in afwachting van de verkoop, betrekking of renovatie van een pand, of de langdurige afwezigheid van de bewoners maakt woningen kwetsbaar. Wie zijn tijdelijk leegstaande pand wil beschermen tegen krakers kan dit nu al doen door te kiezen voor tijdelijke bewoning via leegstandbeheerders. Ze verhuren leegstaande panden tegen een relatief lage prijs als tijdelijke bewoning of werkplek. Ik pleit ervoor om eigenaars in Vlaanderen breed te informeren over dit initiatief, en tegelijk een Vlaams kader uit te werken dat rechtszekerheid en kwaliteit garandeert en het flexibele karakter bewaart. Ook de gemeentebesturen kunnen daarbij betrokken worden. Het lijkt me een goed idee dat hiervoor faciliteiten worden uitgewerkt zoals bijvoorbeeld een kwaliteitslabel.

Erkenning en financiële ondersteuning van verhuurdersorganisaties Het ontwerp van het Vlaamse Huurdecreet bevat een decretale basis voor het erkennen van verhuurdersorganisaties. Het gaat daarbij over representatieve organisaties die ofwel private verhuurders vertegenwoordigen, ofwel vastgoedmakelaars. Tegelijk kan er volgens de minister aan erkenning financiële ondersteuning worden gekoppeld. Het is een goede zaak voor het evenwicht tussen huurders en verhuurders om ook het netwerk aan verhuurderszijde te erkennen en te ondersteunen. Ze zijn een belangrijke partner van de overheid en een erkenning kan die samenwerking structureel verstevigen. Een werkingssubsidi zou organisaties de mogelijkheid geven om nog verder te professionaliseren. Er wordt ook aangekondigd dat zij projectondersteuning krijgen om discriminatie op de huurmarkt tegen te gaan. Het lijkt me dan ook belangrijk om deze projecten op te volgen en te evalueren zodat ze hun effect niet missen.

Transparantie op de private huurmarkt verhogen In 2015-2016 heeft het Steunpunt Wonen op vraag van de minister nog verder onderzoek naar de huurschatter gedaan. Daarbij is eerst en vooral gekeken naar wie de huurschatter gebruikt en op welke manier. Nog belangrijker is dat er gezocht is naar manieren om de schatting van de huurprijs fijner en nauwkeuriger te maken. Op basis van de bevindingen is in maart 2017 een update gebeurd van de online toepassing.

De bezoekersaantallen van de huurschatter lopen al maanden en zelfs jaren terug. Dat is jammer, want het is een nuttig instrument. Dit niet optimaal benutten zou een gemiste kans zijn, zowel als particulier maar ook als vastgoedmakelaar. Het lijkt me goed dat de tool ook professioneel kan worden ingezet en dat er een samenwerking komt met de sector. Wat betreft het onderzoek is het goed dat de huurprijzen nog nauwkeuriger in kaart kunnen worden gebracht. Op die manier kan het beleid gericht reageren. Een continue evaluatie van de huurschatter blijft belangrijk om het instrument zo optimaal mogelijk in te zetten. Gemeenschappelijke wonen en nieuwe woonvormen

De minister stelt vast dat diverse regelgevingen een vlotte ontwikkeling van nieuwe projecten gemeenschappelijk wonen belemmeren. Op basis van de resultaten van de experimentele woonprojecten zal zij de verschillende woonvormen in kaart brengen. Op basis daarvan zal ze, samen met collega Joke Schauvliege bevoegd voor Omgeving, bekijken hoe deze woonvormen coherent kunnen opgenomen worden in de woon- en omgevingsregelgeving.

Om het wonen van de toekomst te verzekeren is het optimaliseren van ruimtelijk rendement belangrijk. Nieuwe woonvormen zijn daarvoor een deel van de oplossing. Daarvoor zijn beleidsoverschrijdende maatregelen nodig. Zo is het voor ruimtelijke ordening belangrijk om bijvoorbeeld verouderde of te gedetailleerde voorschriften wegwerken of bepaalde afwijkingsregimes in te voeren. Met de nieuwe codex wordt dit mogelijk. De maatregelen komen ook gemeenschappelijk wonen te goede. Om een brede toepassing van ruimtelijk beleid te garanderen verengt het zich niet enkel tot deze nieuwe woonvormen, wat ook logisch is.

Wie instapt in en gemeenschappelijk woonproject krijgt echter soms met specifieke problemen te maken, zoals op vlak van de sociale zekerheid. Het Hof van Cassatie deed hier recent nog een over. Socialezekerheidsinstellingen, zoals de RVA, beschouwen mensen die op hetzelfde adres wonen vaak als samenwonenden. Daardoor ontvangen ze een lagere uitkering, of moeten ze zelfs uitkeringen terugbetalen. Wie in een gemeenschappelijke woning woont is echter niet noodzakelijk samenwonend en geniet ook niet van de voordelen die daaraan verbonden zijn. Het Hof van Cassatie oordeelt dat mensen die onder één dak wonen niet noodzakelijk samenwonend zijn en dat het sociaaleconomisch voordeel van samenwonen onvoldoende is. De bewijslast ligt nu bij de uitkeringsgerechtigde die de nodige bewijzen kan aandragen dat hij recht heeft op een uitkering als alleenstaande. Een oplossing binnen het Vlaamse woonbeleid dringt zich op. In Brussel en Wallonië wordt dit probleem opgelost met een uniforme definitie, dat moet ook in Vlaanderen kunnen.

Renovatiepremie, ook voor verhuurders? Sinds 1 december 2016 is de nieuwe renovatiepremie van kracht. Die inspanning wordt voortgezet en dat is ook nodig om de kwaliteit van ons woonpatrimonium te verhogen.

Met CD&V dienden we een conceptnota in om de renovatiepremie onder bepaalde voorwaarden ook beschikbaar te stellen voor verhuurders. Dat is nodig, want 47% van de private huurwoningen is van ontoereikende kwaliteit. Dat is vooraf nefast voor huurders met een laag inkomen die een woning zoeken in het goedkopere segment. Door het openstellen van de renovatiepremie voor verhuurders kan, zeker in de laagste segmenten, geïnvesteerd worden in woonkwaliteit en energiezuinigheid. Om te vermijden dat die opwaardering leidt tot duurdere huurwoningen en woononzekerheid, zouden een maximale huurprijs en een minimale verhuurperiode als voorwaarden kunnen gesteld worden. De budgettaire beperkingen zijn reëel maar omdat dit een duurzame oplossing voor een aanslepend probleem is, zou het toch goed zijn de financiële implicaties hiervan te onderzoeken.

© 2018 | An Christiaens

  • YouTube Social Icon
  • Wix Twitter page
  • Wix Facebook page
  • Instagram Social Icon