© 2018 | An Christiaens

  • YouTube Social Icon
  • Wix Twitter page
  • Wix Facebook page
  • Instagram Social Icon

Vlaanderen treft maatregelen voor soepelere archeologienota

January 27, 2017

 

Wie vanaf 1 juni een stedenbouwkundige vergunning of verkavelingsvergunning aanvraagt moet in bepaalde gevallen een bekrachtigde archeologienota toevoegen. De maatregel die het draagvlak voor archeologie moet vergroten, blijkt in de praktijk net het tegenovergestelde te bereiken. De kostprijs van de nota is disproportioneel en door de aanslepende procedure lopen bouwprojecten vertraging op An Christiaens (CD&V) drong bij minister-president Geert Bourgeois meermaals aan om snel in te grijpen. In antwoord op een parlementaire vraag van Christiaens laat Bourgeois weten welke maatregelen hij zal treffen. Die komen geen moment te vroeg, vindt Christiaens:

 

“De archeologienota zorgde op korte tijd al voor heel wat problemen, op financieel en op planningsvlak. Ik ben tevreden dat er eindelijk schot in de zaak komt. Voor particuliere bouwheren en projecten van lokale besturen is het van groot belang dat de aanpassingen snel worden doorgevoerd. Ook voor de bouwsector betekenen de veranderingen goed nieuws. Ze zijn immers de motor van onze economie en kunnen hopelijk snel weer op volle toeren draaien.”

 

Aanpassing Code van Goede Prakijk

 

De Code van Goede Praktijk (die de samenstelling van een archeologienota bepaalt) wordt sterk vereenvoudigd. Er wordt komaf gemaakt met formalistische vereisten en zowel voor de structuur als de inhoud worden eenvoudigere en eenduidigere bepalingen opgenomen. De erkende archeoloog krijgt zo meer autonomie en de nota beperkt zich tot wat relevant is.

 

Een tweede aanpassing betreft de introductie van de “archeologienota light”, de “archeologienota met beperkte samenstelling” genoemd. De omvang, tijd en kostprijs van een archeologienota wordt beperkt in bepaalde situaties waarbij zeer eenvoudig kan aangetoond worden dat er geen verdere onderzoeken of opgravingen nodig zijn. Dat kan zijn omdat er geen archeologisch erfgoed aanwezig is, omdat de bodemingrepen geen negatieve impact veroorzaken of omdat een opgraving niet tot nuttige kenniswinst leidt. Een derde aanpassing houdt in dat de inzet van aardkundigen beperkt wordt. Door hen enkel in te zetten waar hun expertise absoluut noodzakelijk is, wordt ook de kostprijs verminderd.

 

Minder strenge beoordeling

 

Naast de aanpassing van de Code van Goede Praktijk, wordt ook de beoordeling van de nota’s door het agentschap Onroerend Erfgoed bijgeschaafd. Het agentschap zal de nota’s enkel beoordelen op de essentiële onderdelen, nl. de onderbouwing van de argumentatie, de doeltreffendheid van de maatregelen en de begrijpbaarheid en uitvoerbaarheid daarvan. Andere tekortkomingen geven geen aanleiding tot weigering. Daarmee moet het aantal weigeringen sterk teruggedrongen worden. De opdracht voor een soepelere beoordeling werd al in het najaar van 2016 gegeven, in opvolging van de vele klachten. De verbetering is dan ook zichtbaar in de cijfers. Waar in de eerste 4 maanden na de nota gemiddeld nog 52% van de nota’s werden afgekeurd, bleef dat vanaf oktober 2016 gemiddeld bij 23%.

 

An Christiaens:

“De verbetering is merkbaar in alle provincies, behalve in Limburg. Van juni tot en met september werd in onze provincie gemiddeld 71% van de archeologienota’s geweigerd, in de cijfers van oktober tot en met december is dat nog steeds 40%. Dat steekt opvallend uit boven het Vlaamse gemiddelde. Het lijkt me niet aan de kwaliteit van onze erkende archeologen te liggen, met hun brede ervaring op plaatsen vol erfgoedwaarde zoals Tongeren. Ligt het dan aan de strengere beoordeling van de Limburgse dossiers door Vlaamse ambtenaren? Dat zou in geen geval mogen. ”

 

De Vlaamse cijfers zijn bemoedigend, al moet daar een kanttekening bij gemaakt worden. Bij de goedgekeurde dossiers wordt immers niet bijgehouden of het om een eerste indiening gaat of de archeologienota al meerdere keren naar de administratie werd verzonden voor beoordeling.

 

An Christiaens:

“Zo is het dossier van het koppel Evens-Wiecherink uit Opglabbeek in december goedgekeurd. Het gaat daarbij echter om de derde indiening sinds juni 2016, waardoor de kosten intussen al zeer hoog zijn opgelopen en veel tijd verloren ging. Hoe veel dossiers meerdere keren moesten ingediend worden zal ik nog verder parlementair onderzoeken.”

 

Opvolging erkende archeologen

 

Een laatste maatregel is de opvolging van de erkenning van archeologen. Per erkende archeoloog houdt de administratie bij welke de sterke en zwakke punten zijn. Hiervoor zal onder meer worden gekeken naar de uitvoering van het programma van maatregelen en het veldwerk, ingediende archeologierapporten en eindverslagen en ingediende nota’s. De opvolging van de erkenning gebeurt met andere woorden aan de hand van “gebundelde evaluaties” op basis van meerdere ingediende documenten en verschillende projecten. Met een dergelijke bundeling van positieve en negatieve punten gaat het agentschap vervolgens in overleg met de erkende archeoloog.

 

 

 

 

 

Please reload