© 2018 | An Christiaens

  • YouTube Social Icon
  • Wix Twitter page
  • Wix Facebook page
  • Instagram Social Icon

Iedereen thuis in 2040: gedeelde woonvormen als sleutel voor ruimtelijke verdichting

January 16, 2017

 

De klassieke verkavelingsstrategie loopt op zijn eind. Tegen 2040 mag geen nieuwe open ruimte meer worden aangesneden. Vlaanderen zal verdichten en wij zullen anders wonen. Nieuwe woonvormen zoals gemeenschappelijk wonen zijn er nu al. Ze bewijzen dat verdichten ook verrijken is. Maar wie nu een project opstart botst op een onaangepaste regelgeving die eerder afremt dan stimuleert. De tijd tikt voor de overheid. Tijd voor goede voornemens en vooral voor bijhorende acties.

Waar vierde u Nieuwjaar? En waar viert u nieuwjaar in 2040? Misschien wel in de gemeenschappelijke woonkamer van een gedeelde woonst met warme buren. Als u een jongvolwassene of een oudere bent, bent u volgens onderzoek wel vaker een voorstander van het idee.

In 2040 wonen we als Vlamingen dichter bij elkaar. Dat is geen keuze maar een feit. Ofwel  offeren we de steeds schaarser wordende open ruimte op of we kiezen voor woonvormen waar kwaliteit boven kwantiteit staat. Binnen afzienbare tijd is het kiezen of delen. Tenzij we de geheime derde optie selecteren: kiezen om te delen. Een meerderheid van de bevolking zou bereid zijn om ruimte te delen met buren. Volgens een onderzoek van projectontwikkelaar Matexi ziet 67% een gezamenlijke tuin wel zitten, 54% zelfs een gedeelde polyvalente ruimte. Het kenniscentrum ILIV voor Ikea ontdekte dat 32% het leuk zou vinden om met verschillende gezinnen een groot huis te delen, met de nodige privacy maar ook met gedeelde ruimtes. Een kerstboom in een gedeelde woonkamer bijvoorbeeld, zelfs een kerststal zo u wil.

 

Meer diversiteit in het Vlaamse woonlandschap creëert meer kansen om de woning te vinden die bij ons past, ook in de toekomst. Nieuwe Woonvormen zijn een alternatief. Nieuw kan je ze amper noemen, want ze staan al een tijdje op de agenda van de regering én van de Vlaming. Co-housingprojecten winnen aan populariteit. Het pleidooi voor verdichting vindt steeds meer ingang. Nu de feestdagen ons wat dichter bij elkaar hebben gebracht zijn we het idee misschien wat meer genegen.

 

In 2017 lanceert Vlaanderen een oproep voor proefomgevingen waarbinnen experimentele woonprojecten opstarten in een regelluw kader. Duurtijd? Zes jaar, met mogelijkheid tot verlenging met vier jaar. Lovenswaardig, maar blijven we zo niet achter de feiten aanhollen? Moeten we niet echt twee versnellingen tegelijk hoger schakelen?  Als de eerste proefprojecten aflopen zijn nieuwe woonvormen oud nieuws en zijn er ondertussen misschien wel tal van kansen voorbij gegaan.  De deadline is 2040 en het woonbeleid gaat een slakkengangetje. We hoeven het warm water niet uit te vinden. Het Brussels Hoofdstedelijk gewest verankerde nieuwe woonvormen in hun regelgeving en mensen vinden er meer en meer op een vlotte manier een gemeenschappelijke thuis. Steunpunt Wonen hamert in een onderzoek over nieuwe woonvormen op het belang van een definitie voor gemeenschappelijk wonen en doet een voorstel. Kijken naar en leren van de buren is in deze zeker aangewezen.  Waar wachten we dan ook nog op?

 

We moeten werk maken van randvoorwaarden, wat betreft kwaliteit, mobiliteit, leefbaarheid en groen. We moeten werk maken van de sociale zekerheid, om ervoor te zorgen dat mensen die kiezen voor maatschappelijk rendement niet benadeeld worden. We moeten werk maken van good practices, van een leidraad voor lokale besturen die nu tussen de regels door mogelijkheden zoeken voor co-housing in hun gemeente. Maar eerst moet het kind een naam hebben: een sluitende wetgeving kan pas na een definitie. Een definitie die er dus nog altijd niet is.

 

Voor 2040 wens ik iedereen een thuis die bij hem past, al niet gedeeld met warme buren. Voor 2017 wens ik geen grootse dingen, maar een duidelijke verankering in de regelgeving van wat gemeenschappelijk wonen nu precies is – een sluitende definitie zeg maar - lijkt me niet teveel gevraagd. Misschien past dat als goed voornemen nog op de nieuwjaarsbrief van de bevoegde minister.

Please reload