© 2018 | An Christiaens

  • YouTube Social Icon
  • Wix Twitter page
  • Wix Facebook page
  • Instagram Social Icon

Dringende bijsturing van de archeologienota gevraagd

November 18, 2016

 

 

Wie vanaf 1 juni een stedenbouwkundige vergunning of verkavelingsvergunning aanvraagt moet in bepaalde gevallen een bekrachtigde archeologienota toevoegen. Die maatregel neemt de archeologische afweging eerder mee in de procedure en wil zo onaangename verrassingen voor bouwheren vermijden. In de praktijk blijkt de archeologienota echter eerder een rem dan een stimulans voor het erfgoeddraagvlak. De kostprijs van de nota is disproportioneel en door de aanslepende procedure lopen bouwprojecten vertraging op. Op aandringen van An Christiaens (CD&V) tijdens de plenaire vergadering van 5 oktober beloofde minister-president Geert Bourgeois snel in te grijpen. Binnen de drie weken zou een besluit worden voorgelegd dat iets doet aan de kostprijs en de administratieve druk. Meer dan een maand later is er van een oplossing nog geen sprake. An Christiaens roept de minister-president om vaart te zetten achter de verbeteringen, die volgens de minister hangende zijn.

 

An Christiaens:

“Particuliere bouwheren, maar ook lokale besturen kijken op dit moment voor hun projecten op tegen torenhoge kosten. Bovendien kunnen heel wat bouwprojecten niet starten door vertragingen in de procedure. Een flinke streep door de rekening van gemeenten die willen investeren in openbaar domein en bovendien nefast voor het draagvlak voor archeologie. De belofte om snel in te grijpen was niet alleen nodig, ze moet ook dringend worden nagekomen.”

 

Volgens de minister-president is het besluit waarin de verbeteringen op vlak van kostprijs, administratieve druk en snelheid nu bij de Raad van State. Het wordt binnenkort op de agenda van de Vlaamse regering geplaatst. De administratie kreeg de opdracht om dossiers minder formalistisch te behandelen en te focussen op de resultaten van de nota. Voor Kerst wil hij ook de besluiten wat betreft snelheid, prijs en eenvoud en de code van goede praktijken klaar hebben.

 

An Christiaens:

“Er wordt werk van gemaakt en dat is dringend nodig. In theorie is er een oplossing, maar het is hoog tijd om ook daad bij het woord te voegen. In de praktijk is er immers weinig merkbaar van de minder formalistische manier van behandelen. De besluitvorming en de mentaliteitswijziging moet zo snel mogelijk gebeuren.”

 

 

Hoog tijd voor actie

 

Dat de archeologienota bij particulieren en lokale besturen voor heel wat problemen zorgt, werd enkele maanden na de inwerkingtreding aangekaart door de betrokken sectoren. Architecten, archeologen, landbouwers,… trokken aan de alarmbel over de logge en kostelijke procedure. Dat de beloofde oplossing uitblijft maakt het projecten in de praktijk zeer moeilijk.

 

An Christiaens:

 

“In Opglabbeek probeert een koppel sinds enkele maanden een stuk grond van 30 are te verkavelen. De aanvraag werd ingediend na 1 juni en viel dus onder de nieuwe regelgeving. Zij betaalden voor de eerste aanvraag 1500 euro en 750 euro aan de erkende archeoloog. Als het onderzoek een vervolg krijgt, kan dat bedrag nog veel hoger oplopen. Op dit moment is de archeologienota al twee keer afgekeurd, en de derde versie is nu ingediend. Het kostenplaatje loopt intussen zo op dat het koppel, dat midden in de verwerving van een andere woning zit, in financiële problemen komt. Het kan niet dat administratieve procedures het mensen zo moeilijk maken.”

 

De minister-president erkende de problemen en zou de administratie vragen om een snelle aanpassing van de regelgeving. De aanpassing was een kwestie van weken, maar dat blijkt nu toch niet het geval.

Dat de procedure te wensen overlaat blijkt uit de cijfers van de reeds ingediende archeologienota’s. Van de nota’s die het agentschap Onroerend Erfgoed ontvangt, wordt 80% niet aanvaard wegens niet conform. Van de nota’s die aanvaard worden leidt ongeveer de helft tot verdere archeologische verplichtingen. Deze dossiers bevatten belangrijke erfgoedvondsten en zijn het uitgevoerde werk meer dan waard. In de andere helft van de gevallen wordt het terrein echter vrijgegeven zonder verdere verplichtingen, en daarvoor is de financiële en administratieve last zeer hoog. De gemiddelde doorlooptijd van de procedure bedraagt 6 maanden. Omdat de bouwaanvraag pas ingediend kan worden als de nota is toegevoegd kijken heel wat mensen aan tegen aanzienlijke vertraging in hun bouwdossier. Ook het kostenplaatje is van belang. Kostprijzen lopen al snel op tot 3000 euro voor particulieren en tot 15000 EUR voor grote projecten.  Dat is een groot bedrag voor de dossiers zonder vervolg, maar ook voor de bouwprojecten waar wel archeologische maatregelen nodig zijn is het een grote kost die bovenop de andere komt. Algemeen leeft het gevoel dat de archeologienota zijn doel voorbijschiet. Het draagvlak voor erfgoedkundig onderzoek kalft af en dat kan niet de bedoeling zijn.

 

An Christiaens:

“De archeologieprocedure is verzand in een administratief worst case scenario. Door veel te strikte good practices, te veel en te hoge eisen en een zeer strenge beoordeling door het Agentschap Onroerend Erfgoed liepen tientallen tot honderden dossiers vertraging op.  Het draagvlak voor archeologie is in enkele weken tijd ondergraven, terwijl de essentie van de hervorming van het decreet net datgene wil vermijden. Ik pleit nogmaals voor een snelle, maar goede aanpassing op vlak van administratie, kostprijs en snelheid. De sector wacht op een voorstel, net zoals particulieren en lokale besturen met een bouwproject. Het is dringend tijd voor actie.”

 

Een deel van de oplossing ligt volgens An Christiaens bij het uitbreiden van de erkende archeologen. Het tekort aan archeologen om een nota op te stellen draagt immers bij tot het probleem. Wie erkend wil worden kan een aanvraag indienen, maar een automatische erkenning zou in sommige gevallen logisch zijn:

 

An Christiaens:

“Archeologen die werkzaam zijn op een Intergemeentelijke Onroerende Erfgoeddienst (IOED) zijn met hun brugfunctie, hun unieke terreinervaring gekoppeld aan een bepaalde regio, en hun rol als adviesverlener belangrijk in het werkveld. Toch krijgen ze hiervoor niet de erkenning die ze verdienen. Het automatisch erkennen van deze belangrijke actoren in het werkveld is een win-winmaatregel en kan bovendien een kentering betekenen voor het tekort.”

 

Minister-president Bourgeois beloofde in de commissie van 16 november spoed achter de aanpassingen te zetten. Op een termijn van weken moeten de veranderingen merkbaar zijn. In de loop van 2017 zal Bourgeois overleg plegen met de sector en een globale evaluatie houden.  

Please reload