© 2018 | An Christiaens

  • YouTube Social Icon
  • Wix Twitter page
  • Wix Facebook page
  • Instagram Social Icon

Procedure archeologienota wordt eenvoudiger

October 6, 2016

 

Op 1 juni is de archeologieprocedure van het Onroerenderfgoeddecreet in werking getreden. De aanvrager van een stedenbouwkundige vergunning of verkavelingsvergunning wordt verplicht om in bepaalde gevallen een bekrachtigde archeologienota toe te voegen aan de aanvraag. Die maatregel moet ervoor zorgen dat de archeologische afweging vroeger meegenomen wordt in de procedures om onaangename verrassingen voor bouwheren te voorkomen. Vier maanden na de invoering trekken architecten, landbouwverenigingen, particulieren en lokale besturen aan de alarmbel: bouwprojecten worden vertraagd en de kosten blijven oplopen. An Christiaens (CD&V) drong in de plenaire vergadering van 5 oktober aan bij minister-president Bourgeois om in te grijpen. De minister erkent het probleem en belooft op korte termijn beterschap. Hij heeft een besluit klaar dat de hoge kosten en de administratieve overlast aanpakt. Binnen drie weken brengt hij het besluit op de Vlaamse Regering. 

 

Het decreet werd goedgekeurd in oktober 2013 maar trad pas vier maanden geleden in werking. In die korte periode stapelen de problemen zich al op.  Een evaluatie van de procedure is voorzien voor 2017 maar een herziening komt er dus al eerder.

 

An Christiaens (CD&V):

“De bezorgdheid over de uitrol van de archeologienota is niet nieuw. De minister verzekerde meermaals dat de nieuwe procedure niet langer en niet duurder zou worden, maar geeft nu toe dat de effecten niet zijn zoals verwacht. We staan sterk achter de principes, maar we willen vermijden dat het draagvlak voor erfgoed ondergraven wordt. We mogen de bezorgdheden niet negeren. Snel ingrijpen is nodig en ik ben tevreden dat de minister deze boodschap ter harte neemt.”

 

Het doel heiligt de middelen niet

 

Particulieren, projectontwikkelaars en overheden die onder de voorwaarden van een archeologienota vallen, moeten deze laten uitvoeren door een erkende archeoloog en indienen bij het Agentschap Onroerend Erfgoed voor bekrachtiging.

Van de archeologienota’s die het agentschap Onroerend Erfgoed ontvangt, wordt 80% niet aanvaard wegens niet conform. Van de nota’s die aanvaard worden, op dit moment 234, leidt ongeveer de helft tot verdere archeologische verplichtingen. Deze dossiers bevatten belangrijke erfgoedvondsten en zijn het uitgevoerde werk meer dan waard. In de andere helft van de gevallen wordt het terrein echter vrijgegeven zonder verdere verplichtingen, en daarvoor is de financiële en administratieve last zeer hoog. De gemiddelde doorlooptijd van de procedure bedraagt 6 maanden. Omdat de bouwaanvraag pas ingediend kan worden als de nota is toegevoegd kijken heel wat mensen aan tegen aanzienlijke vertraging in hun bouwdossier. Ook het kostenplaatje is van belang. Kostprijzen lopen al snel op tot 3000 euro voor particulieren en tot 15000 EUR voor grote projecten.  Dat is een groot bedrag voor de dossiers zonder vervolg, maar ook voor de bouwprojecten waar wel archeologische maatregelen nodig zijn is het een grote kost die bovenop de andere komt.

 

An Christiaens:

“Algemeen leeft het gevoel dat de archeologienota zijn doel voorbijschiet. De voorziene raming van 250 euro waarop de regelgeving gebaseerd werd wordt minstens vertiendubbeld, en ook de lijvige rapporten wijzen erop dat de maatregel niet het beoogde effect heeft.  Dat men een grondig onderzoek verricht op de plaatsen waar de archeologische waarde wordt vastgelegd is volkomen terecht. Dat men tientallen bladzijden wetenschappelijk onderzoek moet presenteren om te concluderen dat er niets moet gebeuren, is wel erg onproductief. Dat zowel de kostprijs als de administratieve druk snel worden aangepakt is goed nieuws voor bouwheren en de sector.”

 

Om de pijnpunten aan te pakken, vraagt minister-president Bourgeois de administratie om een snelle aanpassing van de regelgeving. Hij wijst erop dat de archeologienota eenvoudiger moet, en dat de administratie ook haar eigen houding moet bijstellen. Op een termijn van weken zal de archeologienota eenvoudiger en goedkoper worden. Dit moet de doorlooptijd versnellen en de druk op de archeologen doen afnemen. Ook belooft de minister een nieuw overleg met de sector.

 

Procedure moet klantvriendelijker

 

Wie in historisch gebied woont, werkt of een bouwproject aanvat wordt haast per definitie geconfronteerd met de logge archeologieprocedure. Limburg telt 14 vastgestelde archeologische zones. Beringen, Bilzen, Borgloon, Bree, Halen, Hamont, Hasselt, Herk-De-stad, Maaseik, Oud-Rekem, Peer, Sint-Truiden, Stokkem en Tongeren. De realisatie van een nieuwbouw of de renovatie van een bestaande woning is er volgens de nieuwe regelgeving een tijdrovende procedureslag. Ook projecten van lokale besturen zoals fietspaden of de uitbreiding van bedrijventerreinen lopen vertraging op. Het aanwezige erfgoed in Vlaanderen is een troef maar mag geen drempel vormen. De herziening van de maatregel komt dan ook net op tijd.

 

An Christiaens:

“In Tongeren, waar ik schepen ben, hechten we veel waarde aan het erfgoed in onze stad. Als oudste stad van België ondersteunen we onze inwoners ook financieel bij het archeologieluik van hun bouwproject. De vereenvoudiging die er komt is van cruciaal belang voor het draagvlak voor de archeologie. Aandacht voor erfgoed in Vlaanderen moet hand in hand gaan met een klantvriendelijke overheid en ik ben tevreden dat de minister-president de regelgeving bijstelt.  Een lichte versie van de nota zijn we genegen, want niet in alle gevallen is een omvangrijk dossier nodig. Op die manier kan de archeologische expertise optimaal worden ingezet waar het nodig blijkt. Een herziening is in het belang van het erfgoed, de bouwheer, de overheid en de bouwsector. Die laatste is immers de motor van onze economie.”

 

 

Archeologienota: de procedure

 

 De aanvrager van een stedenbouwkundige vergunning of verkavelingsvergunning wordt verplicht om in bepaalde gevallen een bekrachtigde archeologienota toe te voegen aan de aanvraag. De goedgekeurde archeologienota moet ingediend worden in onder andere volgende gevallen:


- Binnen een vastgestelde archeologische zone: indien het perceel of de percelen groter zijn dan 300m² en de ingreep in de bodem groter is dan 100m.
- ​Buiten de vastgestelde archeologische zone (in woon- en recreatiegebied: indien het perceel of de percelen groter zijn dan 3000m² en de ingreep in de bodem groter is dan 1000m²

 

De archeologienota dient te gebeuren door een erkende archeoloog. Ze bevat een uitgebreide bureaustudie en eventueel onderzoek ter plaatse.

Artikel 5.4.8. van het onroerenderfgoeddecreet geeft aan wat er in een archeologienota moet staan:

Die archeologienota bevat minstens de volgende gegevens: 1° een geo-gerefereerd plan waarop de betrokken percelen, de precieze plaats van het archeologisch vooronderzoek en de geplande werken nauwkeurig worden afgelijnd; 2° de resultaten van het archeologisch vooronderzoek; 3° een gemotiveerd advies over het al dan niet moeten nemen van maatregelen met in voorkomend geval een programma hierover; 4° in voorkomend geval de noodzakelijke competenties die de uitvoerders van de voorgestelde maatregelen moeten bezitten; 5° in voorkomend geval een kostenraming en de geschatte duur van de voorgestelde maatregelen; 6° in voorkomend geval een gemotiveerd voorstel over het bewaren of deponeren van het archeologisch ensemble dat het resultaat is van het archeologisch vooronderzoek en de archeologische opgraving.

 

Na indiening dient de archeologienota bekrachtigd te worden door het agentschap Onroerend Erfgoed. Hiervoor hebben zij 21 dagen de tijd.

 

 

Archeologische zones in Limburg (14 van de 58 in Vlaanderen)

 

Maaseik

Stokkem

Peer

Bree

Beringen

Hasselt

Hamont

Oud-Rekem

Bilzen

Borgloon

Sint-Truiden

Tongeren

Halen

Herk-de-Stad

 

 

 

Please reload