© 2018 | An Christiaens

  • YouTube Social Icon
  • Wix Twitter page
  • Wix Facebook page
  • Instagram Social Icon

Interview Huurdersblad: contracten van tijdelijke duur in de sociale huur

September 22, 2016

 

De Vlaamse regering wil voortaan van huurcontracten in de sociale huur tijdelijke (negen jaar met driejaarlijkse verlengingen) contracten maken. Op die manier kan de huur worden opgezegd als de sociale huurder ondertussen te veel verdiend. De regering wil er zo voor zorgen dat sociale woningen gaan naar wie daar het meeste nood aan heeft. De beslissing gaat hand in hand met extra investeringen om het aanbod te vergroten. De regering doet een forse investering voor het bouwen van extra sociale woningen: er werd in 2015 een recordbedrag van één miljard euro geïnvesteerd. Ook de private huurmarkt moet versterkt worden om iedereen een thuis te kunnen geven. Het Huurdersblad vroeg me om een toelichting.

 

Wat de tijdelijke huurcontract voor nieuwe sociale huurders betreft, minister Homans wou van geen wijken weten?

 

De invoering van tijdelijke huurcontracten in de sociale huursector werd bij de vorming van de huidige regering ingeschreven in het regeerakkoord.  In die zin is de opname van dit principe eigenlijk geen kwestie van al dan niet te willen wijken; het betreft de uitvoering van het regeerakkoord.

 

 

Nochtans hebben wij er dikwijls op gehamerd dat er maar om een marginaal fenomeen ging. Waarom dan toch als algemene regel ingeschreven?

 

Het principe van de tijdelijke huurcontracten wordt inderdaad als algemene regel inschreven. Maar sociale huurders zullen, zolang ze aan de inkomensvoorwaarde blijven voldoen, wel in hun sociale huurwoning kunnen blijven wonen. Uiteindelijke bedoeling  van de regel is dat de sociale huurwoningen vooral zouden toekomen aan die mensen met de grootste woonnood.

 

Gaan huurders dan geen schrik hebben om zich op te werken? Als ze weten dat ze dan tegen hun zin in hun ‘vertrouwde’ woning zullen moeten verlaten. Kweek ja dan geen ‘nieuwe’ werkloosheidsval?

 

Er wordt inderdaad al eens verwezen naar het mogelijke risico van het creëren van een nieuwe werkloosheidsval.  En het is een gegeven waar we niet blind mogen voor zijn, maar zelf ben ik daar eigenlijk niet zo erg bang voor.   Je zal natuurlijk altijd wel mensen hebben  die de rekening zullen maken en die zich op een bepaald moment de vraag zullen stellen of het wel voldoende loont om voltijds of halftijds te gaan werken.  Maar ik denk dat veruit de meeste mensen vooruit willen en er alles aan zullen doen om hun werk- en levenssituatie te verbeteren. Overigens moet er wat dat betreft ook op gewezen worden dat, op basis van de fiscale gegevens uit het aanslagjaar 2012, blijkt dat 70% van de aangegeven nettobelastbare beroepsinkomsten lager lag dan 34.591 euro (de hoogste inkomensgrens in de sociale huursector bedraagt voor het jaar 2016 35.298 euro, te verhogen met 1.973 euro per persoon ten laste).

Maar het komt er in deze wel op aan voor minister Homans om het ganse systeem van dichtbij te monitoren dat het in de praktijk geen werkloosheidsval wordt. Als dat zo dreigt te evolueren moet er uiteraard ingegrepen worden.

 

 

Na negen jaar riskeren sociale huurders te moeten verhuizen, tenzij ze nog aan de voorwaarden voldoen. Zullen ze dat zelf moeten aantonen, of kan de sociale huisvestingsmaatschappij dat?

 

De regelgeving zoals ze in de commissie werd goedgekeurd voorziet erin dat het de huurder is die de verhuurder zal kunnen vragen om de opzegging van de huur in te trekken.  Het initiatief ligt dus bij de huurder. 

 

 

De vvh (Vereniging Vlaamse huisvestingsmaatschappijen) toonde zich geen grote voorstander van deze nieuwe maatregel, omdat meer verdienende sociale huurders ook een hogere huurprijs betalen, wat voor meer inkomsten voor de maatschappij zorgde. Dat dreigt nu weg te vallen? Gaan ze compensaties krijgen?

 

Het is natuurlijk zo dat beter verdienende huurders ook een hogere huurprijs betalen.  En wanneer dat soort huurders naar de verre toekomst toe minder aanwezig zal zijn, zal dat inderdaad effecten hebben op de inkomsten die de huisvestingsmaatschappijen uit huur ontvangen.  Maar er bestaat natuurlijk ook nog altijd zoiets als de GSC.   Daarbij krijgt een huisvestingsmaatschappij een tegemoetkoming om het verschil tussen de huur- en andere inkomsten en de uitgaven op te vangen.

 

 

Want de mogelijkheid tot opzeggen als je te veel verdiende, was nu al voorzien maar werd amper gebruikt, onder meer net om die extra inkomsten voor huisvestingsmaatschappijen. En nu gaan ze verplicht worden om het sociale huurcontract op te zeggen?

 

Die mogelijkheid was inderdaad voorzien, maar iedereen weet dat er geen gebruik van  werd gemaakt.   Het klopt dat ze het contract dienen op te zeggen wanneer het inkomen van de huurder meer dan 125% bedraagt van het toelaatbare inkomen.  Let wel, er zijn uitzonderingen.  Aldus zal bijvoorbeeld het inkomen van een inwonende persoon die mantelzorg verleent niet meegeteld worden.  Ook de huurder die zijn pensioen heeft aangevraagd en daardoor een inkomen zal hebben dat onder de 125%-grens ligt, zal bijvoorbeeld kunnen vragen om zijn huurcontract niet op te zeggen.

 

 

Zal dat later ook kunnen worden gebruikt bij de nu reeds lopende sociale huurcontracten?

 

De sociale huurcontracten die afgesloten worden voor de inwerkingtreding van de nieuwe regels zullen niet aan die nieuwe regels onderworpen zijn.  Alle sociale huurders die op dit ogenblik over een sociaal huurcontract beschikken, zullen dat ook naar de toekomst toe blijven doen.  Op hen zijn de tijdelijke contracten niet van toepassing.

 

Tegenstanders zeggen dat dit een beperkte impact zal hebben op de wachtlijsten? Moeten er dan niet gewoon meer sociale woningen bij? De nieuwe maatregel zal pas ten vroegste tegen 2025 effect hebben? Kunnen er ondertussen niet gewoon meer sociale woningen worden bijgebouwd?

 

Dat is een correcte vaststelling.  De enige echte structurele maatregel om de lange wachtlijsten in te korten  is een verhoging van het aanbod.  Ik wil er dan ook op wijzen dat wij met de huidige meerderheid alles in het werk stellen om het aanbod aan sociale huurwoningen te verhogen.  Uw weet  ongetwijfeld dat het jaar 2015 een recordjaar was voor wat de investeringen in de realisatie van nieuwe sociale woningen betreft; meer dan een miljard euro werd geïnvesteerd.  En ik wil er op wijzen dat bij de recente begrotingscontrole nog werd beslist om de machtiging voor de VMSW voor dit jaar met 200 miljoen euro te verhogen.  Er wordt dus wel degelijk ook volop ingezet op de realisatie van bijkomende woningen.

 

 

Wat met huurders die nu nog aan het werken zijn, te veel verdienen en dus zullen moeten verhuizen, maar weten dat ze binnen drie jaar met pensioen moeten gaan en dus opnieuw in aanmerking komen voor een sociale woning? Zullen ze opnieuw op de wachtlijst moeten?

 

Zoals gezegd, momenteel moet er nog niemand verhuizen.  Alle sociale huurders die op dit moment al een contract hebben zullen niet onder het systeem van de tijdelijke huurcontracten  vallen.  Ik wil nogmaals wijzen op de in het decreet opgenomen uitzonderingsmaatregel.  Die stelt dat een huurder kan vragen om de opzegging te in trekken als hij aantoont dat hij zijn pensioen heeft aangevraagd of de wettelijke pensioenleeftijd zal bereiken uiterlijk drie jaar na de vervaldag van de huurovereenkomst en dat hij ten gevolge van die pensionering een inkomen zal hebben dat onder het plafond van 125% ligt. 

 

Indien de pensionering verder dan drie jaar in de toekomst ligt, en het inkomen is te hoog, dan zal de huurder inderdaad met een opzegging van de huurovereenkomst geconfronteerd worden en zich later, wanneer ze aan alle voorwaarden voldoen, en in aanmerking willen komen voor een sociale huurwoning, zich terug moeten  inschrijven.

 

Is de grens van 125 % niet te nipt? Eerder was een grens van 200 % aangekondigd.

 

De minister heeft beslist om in deze een grens van 125% te hanteren.  Op basis van deze regel  hebben momenteel 5.368 (ofwel 3,88%) sociale huurders een inkomen dat te hoog ligt.  Er zal overigens rekening worden gehouden met het rekenkundig gemiddelde van het inkomen bij de drie laatste jaarlijkse huurprijsaanpassingen.  De niptheid van de grens wordt dus al lichtjes genuanceerd.

 

 

En zullen ze hun weg dan wel op de private huurmarkt vinden? We weten dat het niet zo evident is om daar een goede woning te vinden?

 

Dit is een zeer terechte bekommernis.  We weten dat de private huurmarkt,  hoewel het Groot Woononderzoek de lichte heropleving ervan aantoonde, dringend aan versterking toe is.  Het aanbod aan private huurwoningen moet ophoog en daartoe dienen de nodige maatregelen uitgewerkt.  Private eigenaars moeten aangemoedigd worden om te (blijven) investeren in woningen met als doel deze te verhuren op de private markt. Als we daar kwalitatieve en betaalbare woningen willen garanderen moeten we de nodige maatregelen uitwerken om huurders en verhuurders te ondersteunen. Ik kan u verzekeren dat ook daar volop aan gewerkt wordt.

 

Please reload