© 2018 | An Christiaens

  • YouTube Social Icon
  • Wix Twitter page
  • Wix Facebook page
  • Instagram Social Icon

Oplossing in de maak voor fiscaal probleem jeugdwerk

July 23, 2015

 

Verschillende erkende jeugdorganisaties en jeugdhuizen in Vlaanderen worden door de fiscus op de vingers getikt omdat ze geen onroerende voorheffing betalen. Nochtans zijn lokalen van erkend jeugdwerk in Vlaanderen vrijgesteld van de heffing en werden daar in het verleden afspraken over gemaakt. Minister Gatz gaf op een vraag van An Christiaens aan dat hij met minister Turtelboom naar een oplossing zoekt.


De lokalen van erkend jeugdwerk zijn in Vlaanderen in principe als ‘onderwijsinfrastructuur’ vrijgesteld van onroerende voorheffing en dit op basis van artikel 12, § 1 en artikel 253, 1° van het Wetboek van inkomstenbelastingen (WIB ’92). Op 20 juli 2007verstuurde toenmalige Vlaams minister van financiën  Dirk Van Mechelen aanvullend de omzendbrief FB/VLABEL/2007 betreffende “Vrijstelling van onroerende voorheffing voor onroerende goederen bestemd voor onderwijs”.  Daarin werd jeugdwerk expliciet vrijgesteld omdat het een pedagogische rol vervult.

In 2011 werden de afspraken binnen de Vlaamse regering nog eens verduidelijkt. Er werd afgesproken dat jeugdwerk dat erkend of gesubsidieerd wordt via het decreet Vlaams jeugd- en kinderrechtenbeleid en hun respectievelijke afdelingen aanspraak kan maken op een vrijstelling van onroerende voorheffing, net als de jeugdhuizen die aangesloten zijn bij Formaat, de Vlaamse jeugdhuizenfederatie.

Via een online aanvraagformulier op www.jeugdlokalen.be kunnen organisaties die erkend zijn door Vlaanderen een vrijstelling aanvragen. Hiervoor moeten zij voldoen aan de drie criteria in de omzendbrief, namelijk het systematische karakter van het onderwijs, het ontbreken van winstbejag en de hoofdzakelijke bestemming voor didactische doeleinden.

Ook lokaal of provinciaal georganiseerd jeugdwerk dat voldoet aan bovenstaande criteria komt in aanmerking voor een vrijstelling van onroerende voorheffing. Zij kunnen echter geen gebruik maken van het online aanvraagformulier maar moeten elk jaar een bezwaarschrift indienen nadat ze een aanslagbiljet voor onroerende voorheffing hebben ontvangen. Daarvoor hebben ze een attest van de provincie of de gemeente nodig of moeten ze zelf een bezwaarschrift indienen.

De belastingdienst heeft het recht om al dan niet een vrijstelling toe te kennen maar zet daar nu de hakbijl in. Heel wat erkende organisaties waaronder kinder- en jeugdwerkingen, speelpleinwerkingen en jeugdhuizen die in het verleden werden vrijgesteld vinden toch een aanslagbiljet voor onroerende voorheffing in de bus. 

An Christiaens: “De huidige situatie zorgt voor onzekerheid bij de organisaties. De organisaties wiens dossier geweigerd is wordt aangeraden een bezwaarschrift indienen. Hun dossier wordt dan on hold gezet tot er een politieke beslissing wordt genomen. Die moet er snel komen. Het kan niet dat Vlaanderen organisaties erkent en ondersteunt maar hen vervolgens fnuikt met fiscale bureaucratie.”

De minister van jeugd geeft aan op de hoogte te zijn van het probleem en werkt samen met de Vlaamse Jeugdraad, de Ambrassade, de Vlaamse Belastingsdienst en het kabinet financiën aan een oplossing. Er wordt gedacht aan de erkenning als objectieve toetssteen voor de vrijstelling. De Ambrassade werkt aan een GIS-databank voor Vlaams jeugdwerk die kan dienen als ruimtelijk kader. Voor de dossiers die geweigerd zijn of nog openstaan kan minister Gatz geen oplossing bieden, die beslissing ligt enkel bij minister Turtelboom. Aan haar vraagt Gatz om enige welwillendheid aan de dag te leggen.

An Christiaens: “De bereidwilligheid van de minister is positief, maar ik dring in het belang van het jeugdwerk aan op een snelle beslissing. We moeten een duurzame oplossing vinden voor de vrijstelling van onroerende voorheffing.  De piste van erkenning als voorwaarde voor de vrijstelling zou ook een oplossing kunnen zijn voor het dispuut van de jeugdhuizen met de BTW-inspectiediensten. Ook die discussie sleept al lang aan en het zou goed zijn als met beide problemen tegelijk komaf kan worden gemaakt.”

In Limburg behoren onder andere  enkele jeugdhuizen tot de getroffen jeugdwerkorganisaties. Jeugdhuizen in Riemst, Borgloon, Heusden-Zolder, Dilsen-Stokkem en Houthalen moeten plots onroerende voorheffing betalen. De getroffen jeugdhuizen  zijn aangesloten bij Formaat en vallen  normaalgezien onder de vrijstelling.

 

Please reload