Staatshervorming vertraagt gemeentelijke bouwwerken

Sinds begin dit jaar werden de diensten van het federale aankoopcomité geregionaliseerd en samengevoegd bij de Vlaamse dienst Vastgoedtransacties. Een overgang die maar moeizaam verloopt, zo stellen ook Vlaamse parlementsleden An Christiaens en Lode Ceyssens (CD&V) vast. Zij vragen

minister Turtelboom om bij te sturen.

Overheden, provincies, gemeenten en O.C.M.W.’s doen voor het aankopen en verkopen van onroerend goed een beroep op de afdeling Vastgoedtransacties van Vlabel, de Vlaamse Belastingdienst. Voor de schatting van het onroerend goed wordt een beroep gedaan op de commissarissen van de afdeling Vastgoedtransacties. Voorheen gebeurde dat bij de federale aankoopcomités. De commissarissen van de vroegere federale aankoopcomités zijn nu samen met de instrumenterende ambtenaren van de Vlaamse Dienst Vastgoedakten ondergebracht bij Vlabel, zoals bepaald door het decreet van 19 december 2014 houdende de Vlaamse Vastgoedcodex. Als commissarissen van de nieuwe afdeling Vastgoedtransacties zijn zij sinds 19 januari 2015 verantwoordelijk voor het verwerven, verkopen of onteigenen van onroerende goederen voor het Vlaamse Gewest en ondergeschikte besturen.

Uit cijfers die Vlaams parlementslid An Christiaens (CD&V) opvroeg bij minister van Financiën Annemie Turtelboom blijkt het aantal commissarissen bij de overgang sterk te zijn gedaald. In 2014 waren er nog 58 commissarissen, in 2015 zijn dit er nog 41. In Brussel blijft het aantal gelijk. Antwerpen gaat van 12 naar 8 commissarissen, Oost-Vlaanderen van 17 naar 16, West-Vlaanderen van 15 naar 7 en Limburg van 7 naar 3. Omdat de personeelsleden hun voorkeur van standplaats hebben mogen opgeven is hun aanwezigheid ongelijk verdeeld. Hoewel de commissarissen flexibel ingezet kunnen worden zorgt dit in de praktijk voor vertraging in de provincies met minder commissarissen.

“We stellen vast dat dit op het terrein heel wat vertraging met zich meebrengt voor lopende projecten. De eerste maanden waren moeilijk; de organisatiestructuur was niet duidelijk, er was geen modelakte, enz. Hierdoor bleven heel wat lokale dossiers geruime tijd in de ijskast, en we zijn er nog steeds niet”, aldus An Christiaens en Lode Ceyssens.

In Tongeren, waar An Christiaens schepen van Openbare Werken is, heeft de stad voor de verkoop van de Ambiorixkazerne meer dan een jaar op de schatting van de commissarissen gewacht. De realisatie van meer dan 200 woningen loopt hierdoor een aanzienlijke vertraging op. “Bij projecten voor de bestrijding van erosie wil de stad zo’n vertraging absoluut vermijden. Daarom doen we voor de onteigening van landbouwgebied in erosieprojecten een beroep op een erkende landmeter. Met zulke projecten moeten we snel vooruit,” legt An Christiaens uit.

In Meeuwen-Gruitrode liggen door de vertragingen vandaag 2 fietspadenprojecten volledig stil. “Voor het fietspadenproject Weg naar Opoeteren hoefden slechts enkele innemingen meer te gebeuren, toen einde verleden jaar alles stil kwam te liggen. Intussen is er toch al een eerste gesprek geweest met de betrokken aankoopcommissaris. Om aan zijn info te raken, moet de commissaris nu Sherlock Holmes spelen bij grondeigenaars en gemeenten, terwijl de nodige gegevens over kadastrale gegevens en eigendomstitels gewoon voorhanden zijn bij de FOD Financiën. Dat lijkt me een werkwijze die allesbehalve efficiënt is”, vindt burgemeester Lode Ceyssens.

Uit een bevraging van lokale CD&V-beleidsverantwoordelijken in april blijkt dat bijna de helft van de respondenten aangeeft dat de overgang moeizaam verloopt. Het gebrek aan voldoende commissarissen, de te formalistische procedures en de trage opbouw van dossierkennis zorgen voor moeilijkheden. De vertraging of zelfs stilstand van bepaalde dossiers is het grootste probleem.

Een bijkomende vertragende factor voor een vlotte werking van die geregionaliseerde aankoopcomités, is het feit dat er sinds de overheveling van het federale aankoopcomité naar het Vlaams Gewest geen toegang meer is tot belangrijke databases en tools van de FOD Financiën die noodzakelijk zijn voor het opzoeken van kadastrale gegevens, vergelijkingspunten en eigendomstitels.

“Hierdoor moet men op een al te omslachtige manier op zoek naar de nodige gegevens. Zo worden de eigendomstitels nu gevraagd aan de verschillende eigenaars om voor te leggen bij eerste gesprekken/onderhandelingen. De kadastrale gegevens worden dikwijls opgevraagd aan de gemeentelijke administraties. Als er dan op het einde van de rit gerechtelijke dossiers zijn, moet men zich behelpen met gegevens van vroeger, hopelijk passend, maar niet noodzakelijk recent. Dat lijkt me een werkwijze die allesbehalve efficiënt is”, stelt Lode Ceyssens.

Het Vlaamse Gewest en ondergeschikte besturen kunnen voor het schatten van gronden ook beroep doen op erkende landmeters. Die mogelijkheid wordt door besturen soms gebruikt om de trage procedures bij de dienst Vastgoedtransacties op te vangen. “Het inschakelen van een erkende landmeter gebeurt al in een aantal gemeenten maar botst op financiële en praktische obstakels. Niet elk lokaal bestuur is op de hoogte van de mogelijkheid, maar ook bij de Vlaamse overheid is het gebruik ervan niet ingeburgerd. Vlaams minister Ben Weyts zou hier met het Agentschap Wegen en Verkeer werk van moeten maken”, weet An Christiaens, die hierover minister Weyts in de commissie Mobiliteit ondervroeg. Weyts bevestigde de problemen bij de dienst Vastgoedtransacties. Ook AWV wordt hierdoor gehinderd en zal waar het kan erkende landmeters inschakelen. Omdat de kosten op die manier oplopen wil Weyts in de schoot van de regering een snelle oplossing uitwerken.

Het is duidelijk dat een en ander nog heel wat beter kan. Lode Ceyssens zal minister Turtelboom hierover eerstdaags ondervragen in de commissie Financiën van het Vlaams Parlement.

© 2018 | An Christiaens

  • YouTube Social Icon
  • Wix Twitter page
  • Wix Facebook page
  • Instagram Social Icon