© 2018 | An Christiaens

  • YouTube Social Icon
  • Wix Twitter page
  • Wix Facebook page
  • Instagram Social Icon

Procedure ruilverkaveling houdt geen rekening met fruit

April 29, 2015

 

Bij ruilverkaveling worden de inrichting van het openbaar domein, het grondbezit en het grondgebruik  herschikt met het oog op een rendabele en duurzame landbouwstructuur. De wet op de ruilverkaveling van landeigendommen dateert van 1970. Na de overheveling van de bevoegdheid naar de gewesten werd de wetgeving enkele malen aangepast. Met het oog op een moderne bedrijfsvoering in het algemeen en de ontwikkeling van de fruitstreek in het bijzonder moet het Vlaamse ruilverkavelingsdecreet verder geoptimaliseerd worden. An Christiaens en Johan Sauwens stellen een aanpassing van het Vlaamse decreet voor ruilverkaveling voor.

 

Het principe van ruilverkaveling heeft de inrichting van het platteland aanzienlijk verbeterd. Door het herinrichten van landbouwgebied wordt niet alleen de landbouwstructuur efficiënter maar wordt de open ruimte voor alle gebruikers geoptimaliseerd. Bij ruilverkaveling wordt gezocht naar een evenwicht met andere beleidsdomeinen. Ook mobiliteit, natuur- en landschapszorg, erfgoed en recreatie worden ingepast in de ruilverkaveling. Landbouwkundige verbeteringen gaan zo hand in hand met maatschappelijke belangen.

In de praktijk leidt de toepassing van de wettelijke procedures echter tot een aantal gevolgen die niet stroken met een moderne vorm van bedrijfsvoering.  Zeker in de fruitstreek belemmert de huidige decreetgeving de ontwikkeling van duurzame en efficiënte landbouw. Niet alleen de klassieke fruitsector maar ook de groeiende wijnbouwsector ondervindt hinder. Nochtans zet het SALK in op wijnbouw als groeisector voor de provincie. Bovendien reiken de gevolgen verder dan enkel landbouw en economie: de Haspengouwse fruitstreek is een topbestemming voor toerisme en recreatie. Het huidige ruilverkavelingsdecreet moet aangepast worden aan haar specificiteit.

 

Welk zijn de klachten?

De ruilverkavelingsprocedure is erg omslachtig en duurt te lang.

De gemiddelde doorlooptijd van ruilverkavelingen bedraagt gemiddeld tien jaar. Dit blijkt uit het antwoord van Vlaams minister Joke Schauvliege op parlementaire vraag nr. 215 van An Christiaens: “De doorlooptijd tussen het ministerieel besluit tot nuttig verklaring en het verlijden van de ruilverkavelingsakte bedraagt gemiddeld 10 jaar voor de projecten die zijn nuttig verklaard sinds 1982”.

Pas na het verlijden van de akte weet de eigenaar of pachter welke percelen men toebedeeld krijgt. Dit creëert een lange periode van onzekerheid voor de betrokken landbouw-, tuinbouw- en fruitteeltbedrijven.

De bedrijfsonzekerheid is nadelig in alle gebieden maar geldt a fortiori in de fruitstreek

Als fruitboer dient men tijdig nieuwe bomen of struiken te planten om toekomstige opbrengst te verzekeren. Zo heeft een appelboom pas opbrengst vanaf het derde jaar, met een opbrengstperiode tot 12 à 17 jaar. Indien men van het ruilverkavelingscomité niet tijdig goedkeuring krijgt om over te gaan tot aanplanting gaat het fruitbedrijf in volle onzekerheid zijn toekomst tegemoet.

Dat is bijvoorbeeld het geval met een aantal fruitboeren in Jesseren. Zij kregen op hun herhaalde vraag om te mogen planten in 2011 en 2013 het antwoord dat er op het moment van de aanvraag onvoldoende zicht is op de herverkaveling van de percelen.  De ruilverkaveling Jesseren werd nochtans al opgestart in 2004. De fruitboeren krijgen het advies te wachten met heraanplanten tot er duidelijkheid is over de herverkaveling. De lange doorlooptijd heeft grote bedrijfsonzekerheid tot gevolg. Wanneer men toch plant dwingt het ruilverkavelingscomité om aangeplante druivelaars en fruitbomen te verwijderen.

De ruilverkaveling die initieel erop gericht is om ten dienste te zijn van de land- of tuinbouwer wordt op deze manier een remmende factor.  Het beklemmende  kader blokkeert gedurende meer dan 10 jaar de ontwikkeling van moderne fruitteelt.  Men heeft daartegen geen verhaal omdat het beslissingsrecht bij het ruilverkavelingscomité ligt. Het comité heeft steeds het laatste woord, vaak nog subjectief geïnspireerd, en handelt zonder voldoende kennis over de specificiteit van de fruitteelt.

 In beroep is enkel een betwisting van de waarde van de grond mogelijk

Het enige beroep dat men kan instellen bij de Vrederechter is een betwisting van de waarde van de grond zoals door het ruilverkavelingcomité is toegekend en niet de toewijzing zelf. Ook hier is de fruitstreek niet geholpen omdat het de hoogteligging van de percelen is die bepalend is voor het al dan niet oplopen van vorstschade.  Volgens professor M. Geypens van de KU Leuven zijn laag gelegen gebieden ongeschikt voor fruitteelt omwille van het risico op vorstschade. Temperatuurverschillen tussen lager en hoger gelegen gebieden kunnen oplopen tot 5-6°C. Na vorstschade is niet alleen de fruitproductie quasi nihil, ook de kans op permanente schade aan de bomen is reëel. In de praktijk wordt de hellingsgraad niet opgenomen in de bedrijfswaarde, zoals blijkt uit het antwoord van Vlaams minister Joke Schauvliege op parlementaire vraag nr. 396 van An Christiaens over herkaveling in de fruitstreek: “Het waardesysteem, toegepast in de ruilverkaveling Jesseren, is opgemaakt in functie van het bodemgebruik dat het meeste voorkomt, namelijk akkerbouw. De hellingsgraad werd niet rechtstreeks opgenomen in de bedrijfswaarde.” Met andere woorden, in het hart van de fruitstreek is er herverkaveld op basis van de normen van de jaarlijks hernieuwbare akkerbouw. Teelten als maïs, bieten of graan kunnen, anders dan fruit, jaarlijks hernieuwd worden. De normen van fruitteelt worden niet in rekening gebracht. Als gevolg zijn er aan fruitboeren percelen toegewezen die “totaal ongeschikt zijn voor fruitaanplanting” volgens het advies van Emeritus Professor Geypens. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er 363 klachten werden neergelegd (zie antwoord van Vlaams minister Joke Schauvliege op parlementaire vraag nr. 215 van An Christiaens).

 

An Christiaens en Johan Sauwens vragen dan ook dat het ruilverkavelingsdecreet wordt aangepast:

Er moeten een aantal dwingende termijnen worden ingevoerd, zodat de procedure nog maximum 6 jaren kan duren. Zo dient het Ruilverkavelingscomité bijvoorbeeld  binnen de drie maanden te antwoorden op de ingediende bezwaren. De mogelijkheid om ook de toewijzing van de percelen aan te vechten bij de vrederechter  moet worden toegevoegd. De hoogteligging moet toegevoegd worden als criterium voor het bepalen van de bedrijfswaarde. An Christiaens zal de problematiek aankaarten in het Vlaams Parlement.

 

Please reload